Een eerste akkoord: C

Een eerste akkoord: C

We gaan be­gin­nen met een een­vou­dig ak­koord waar­bij je al­leen wit­te toet­sen ge­bruikt:

C

We noe­men dit ak­koord: C. Je slaat hier­voor drie toet­sen aan. De meest link­se toets noe­men we: c. (Je merkt dat we ak­koor­den schrij­ven met een hoofd­let­ter en toet­sen aan­ge­ven met een klei­ne let­ter.) Om de c te vinden, moet je let­ten op de zwar­te toet­sen. Op het toet­sen­bord zie je steeds groep­jes van twee en drie zwar­te toet­sen. De c ligt net links van het groep­je met twee zwar­te toet­sen.

Let er­op dat je de c neemt die in het mid­den van het toet­sen­bord ligt. Bo­ven de c staat het merk van de pi­a­no. (Daar­om heb­ben we in de af­beel­din­gen het woord ‘piano’ neer­ge­zet.)

Dit ak­koord klinkt als volgt:

Basnoot

Het ak­koord klinkt vol­ler en war­mer als je een toets toe­voegt die ver­der naar links ligt:

C

De­ze toets aan de lin­ker­kant noe­men we ook: c. Je kunt zien dat die toets even­eens net links van een groep­je met twee zwar­te toet­sen ligt.

De la­ge klan­ken die je met je lin­ker­hand speelt noe­men we: bas­no­ten. Het zijn de klan­ken die in een band worden ge­speeld op bas­gi­taar.

Sla deze la­ge toets aan met je lin­ker­hand en de drie ho­ge toet­sen met je rech­ter­hand. Speel in je rech­ter­hand de drie toet­sen met duim, mid­del­vin­ger en pink. Dat voelt in eer­ste in­stan­tie mis­schien on­han­dig. Maar als je je dat nu aan­went, zal het wis­se­len tus­sen ak­koor­den straks mak­ke­lij­ker gaan.

Ritmes

Met de lin­ker- en rech­ter­hand kun je ver­schil­len­de rit­mes maken. Het klinkt bij­voor­beeld goed de rech­te­rhand op elke tel aan te slaan, en de bas­noot op de eer­ste en der­de tel:

Je leest dit schema van bo­ven naar be­ne­den. Er zijn in dit ge­val vier tel­len. Rechts van el­ke tel staat aan­ge­ge­ven wel­ke toet­sen je op dat mo­ment aan­slaat. De drie bol­le­tjes die dicht bij el­kaar staan ge­ven de toet­sen in je rech­ter­hand weer en het los­se bol­le­tje de toets in je lin­ker­hand. Je kunt zien dat je bij­voor­beeld op de eer­ste tel al­le vier de toet­sen speelt en op de twee­de tel al­leen de rech­ter­hand.

Het rit­me dat hier aan­ge­ge­ven staat, klinkt zo:

Je kunt de bas­noot ook nog va­ker aan­slaan tus­sen de tel­len in, om een lek­ke­re pop-groove te ma­ken:

Je kunt in dit sche­ma zien dat je de bas­noot op de eer­ste en der­de tel aan­slaat, maar ook nog tus­sen de twee­de en der­de tel. Dit rit­me klinkt als volgt:

Na elkaar

Een heel an­de­re, lief­lij­ke­re klank ont­staat als je de toet­sen na el­kaar aan­slaat van laag naar hoog, of­te­wel van links naar rechts:

De ak­koor­den gaan dan zo klin­ken:

1
1